creatie
maakproces
glas en kleur
De grondstoffen van glas komen veelal uit de natuur, waardoor er vaak onzuiverheden in de samenstelling zitten. Bijvoorbeeld ijzeroxide, dat ervoor zorgt dat glas groen van kleur wordt. Kleuren kunnen ook intentioneel worden verkregen door toevoeging van oxides aan een recept. Zie ook terminologie ‘
gekleurd glas’.
Waar een glas zijn kleur precies aan te danken heeft, staat in verband met een diversiteit aan chemische reacties die hebben plaatsgevonden tijdens het smelten en koelen. Samenstelling, temperatuur en ovenomstandigheden spelen hierbij een rol. In het algemeen kunnen we zeggen dat toevoegingen van overgangsmetalen zoals koper, kobalt, mangaan, ijzer, nikkel, vanadium en titanium kleur aan glas kunnen geven. Selenium, cadmiumsulfide of cadmiumselenide kunnen zorgen voor een fel oranje-rode kleur. Soms wordt een kleur verkregen door een combinatie van oxides. Mangaan in combinatie met ijzer en koper kan glas bijvoorbeeld een grijs-bruine kleur geven.
Voorbeelden collectie Museuem Boijmans Van Beuningen
Tapio Wirkkala, Vaas 503-1, 1966-1967, 2495 (KN&V)
grijze deel: met nikkel en zink
groene blauwe deel: met koper, ijzer en mangaan
onbekend, kelkglas, 1600-1700, 911 (KN&V)
Rode kleur door o.a. mangaan en koper
Ettore Sottsass, Sol, 1972, V259 (KN&V)
Rood: cadmium selenide
Groen: koper en chroom
Blauw: koper
Naast pure oxides in het gemeng kan ook kleur worden aangebracht op reeds gevormd glas. Door fijn glaspoeder, gekleurd met metaaloxides, te mengen met een olieachtige substantie kun je kleuren met een penseel op het glasoppervlak aanbrengen. Deze zogenaamde emaillebeschildering wordt op lagere temperatuur (rond de 500-700 graden Celsius) in een moffeloven op het glas gesmolten. Dit heeft verwantschap met gebrandschilderde glas, waarbij kleuren in glas verkregen worden door het aanbrengen van metaaloxides die bij een temperatuur rond de 500 graden Celsius het bestaande glasoppervlak kleuren.
Niet al het glas is transparant. Door toevoeging van bijvoorbeeld tin-oxide ontstaan kleine kristallijne deeltjes die het glas translucent of opaak kunnen maken. Dit verklaart het translucente karakter van bijvoorbeeld opaalglas (opaline) of het melkachtige glas van neonbuizen. Een belangrijk aspect dat ook voor opacificering van glas kan zorgen, heeft te maken met de thermische geschiedenis van het glas: het afkoelen en weer opwarmen ervan. Zeker als er beenderas (= calciumfosfaat) in de samenstelling zit, kan dat tot opacificering leiden.
Tapio Wirkkala, Vaas 503-1, 1966-1967
onbekend, kelkglas, 1600-1700
Ettore Sottsass, Sol, 1972
Kleuroverzicht
| IJzer |
blauw-groen |
| IJzer & Chroom |
groen (wijn fles) |
| Zwavel, koolstof, ijzer |
amber |
| Mangaan |
paars (bij lage concentraties groen) |
| Cobalt |
blauw |
| Nikkel |
blauw, violet, zwart (afhankelijk van de concentratie) |
| Cadmiumsulfide |
geel |
| Uranium |
fluoriserend geel of groen |
| Metaal koper |
donker rood, robijn |
| Zilver |
oranje rood tot geel |
| Goud |
robijn rood |
De coupe hieronder uit 18e/19e eeuw heeft opaline kenmerken, maar niet door tinoxide. Wellicht dat de titanium hierin een rol speelt hier, of misschien arseen.
Het Mozaïekglas is gekleurd met diverse metaaloxides.
LINKS coupe 18e/19e eeuw, 889 (KN&V) COLLECTIE Museum Boijmans Van Beuningen RECHTS Mozaïk