info

terminologie


Scharen / Glasmakerscharen

De scharen in gebruik bij het glasmaken zijn, na de pijp het belangrijkste gereedschap; ze worden gebruikt bij het ‘insnijden’: carreurschaar, messenschaar (insnijden groot werk); het openen van de ‘paraison’ bij het opdrijven; het maken van een been aan een kelk: benenschaar, klieschaar; ook scharen met houten ‘benen’ in gebruik bij bijvoorbeeld kleur’overvang’; het aanduiden van dit gereedschap met ‘schaar’ lijkt afkomstig van de duitse term: ‘schere’, maar ook de zweden gebruiken eenzelfde aanduiding: ‘saxar’= scharen, voor insnijden en voor knippen. De schaar is een soort verende tang met benen die verschillend van vorm en lengte zijn, terwijl het vlakke verende gedeelte ook gebruikt wordt bij het vormen van het warme glas. Zie ook ‘knipscharen’.

bron Lexicon Sybren Valkema