info

terminologie


Luchtversiering

Luchtbellen als versiering kunnen op verschillende manieren in het glas worden aangebracht:
A. door inprikken in de warme ‘porst’ en dat weer afdekken met warm glas, de lucht is als het ware ‘gevangen’;
B. door de porst in een speciale ‘optiekvorm’, met regelmatige scherpe punten voor te bereiden, daar weer glas overheen;
C. door potas op het warme glas te strooien, dat weer overvangen met warm glas: de CO2 van de potas (kaliumcarbonaat) kan niet meer weg en blijft als luchtbelletjes zichtbaar;
D. door aanblazen met sterke persluchtstraal van een warme bol-vorm: er ontstaan onregelmatige krimpblazen in het glas; ‘luchtlijnen’ kunnen ook toegepast worden: bijvoorbeeld van bandijzer gemaakte ‘optiekvormen’ met voorstellingen of andere composities, kunnen in het warme glas gedrukt worden en weer overvangen met warm glas als luchtlijn-decoratie zichtbaar blijven (de zweedse ‘ariel-techniek’; ook de zware unica van Copier (1930-1950) gecombineerd met craquele zijn zo ontstaan).

bron Lexicon Sybren Valkema