info

terminologie


Graal-techniek

In Orrefors, Zweden ca. 1917 opnieuw ontwikkelde techniek: een aan de buitenkant van kleur(en) voorziene ‘porst’ wordt na het koelproces door middel van slijpen, zandstralen, graveren, schilderen of etsen bewerkt en opnieuw opgewarmd in een speciale oven (of in de koeloven) tot een temperatuur waarop met een blaaspijp, voorzien van een laagje glas, de bewerkte porst wordt opgenomen; het objekt verder ingewarmd en door middel van opnieuw ‘keien’ uit de oven, van een laag kleurloos glas voorzien, waarna de uiteindelijke vorm kan worden opgedreven; een door vele huidige glaskunstenaars toegepaste techniek; in Orrefors werden variaties op deze techniek ontwikkeld, zoals de ‘Ariel’techniek, (luchtinsluitingen), ‘Kraka’ (kantachtig) en ‘Ravenna’ (veelkleurig).

nb Edward Hald en Simon Gate ontwikkelden de Graaltechniek n.a.v. het overvangen glas van Emile Galle uit de Art Noveau periode; na 1930 werden de Graalstukken dikker. Zie ook ‘Overvangtechniek’.

bron Lexicon Sybren Valkema